20 januari 2020

Het betere werk – de nieuwe maatschappelijke opdracht

Het rapport ‘Het betere werk’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) werd op woensdagavond 15 januari 2020 gepresenteerd aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De kernboodschap van dit rapport:
Nieuwe technologie, de toename van flexibel werk en de intensivering van werk kunnen grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van werk. Goed werk is essentieel voor iedereen die wil en kan werken en voor de brede welvaart in ons land: voor de economie en voor de sociale samenhang.

Het rapport roept op tot hernieuwde aandacht voor de kwaliteit van werk.

Drie ontwikkelingen bepalen de toekomst van werk

Drie ontwikkelingen kunnen verregaande gevolgen hebben voor de hoeveelheid werk, en vooral voor de aard van het werk.

  1. Technologisering van werk: robots, cobots en artificial intelligence.

Technologie kan banen kosten en ook goed uitpakken voor werkenden, die goed kunnen samenwerken met robots en algoritmen. Inzet op complementariteit is cruciaal: bevorderen van samenwerking tussen mens en machine, bij ontwikkeling van toepassingen en bij de implementatie ervan.

  1. Flexibilisering van werk: tijdelijk werkenden, oproepcontracten, uitzendwerkers en zzp’ers

De verantwoordelijkheidsrelatie tussen werkgevers en werknemers is hierdoor minder vanzelfsprekend.

  1. Intensivering van werk: verandering van de snelheid en de aard van het werk

Intensivering kan mensen uit de arbeidsmarkt drukken, die niet kunnen voldoen aan de hoogproductieve eisen, die het werk stelt, bijvoorbeeld als zij een (mentale) arbeidsbeperking hebben, en kan de re-integratie van mensen met kanker of een burn-out ingewikkelder maken.

Deze 3 ontwikkelingen hebben het werk veranderd en zet de kwaliteit van werk onder druk.

Het hebben van werk is goed, zowel voor het inkomen en het zelfrespect van individuen als voor de samenleving. Dit geldt vooral als het werk ook goed werk is.

Goed werk is grip hebben
Uit de wetenschappelijke literatuur volgen drie belangrijke condities voor goed werk:

  1. Grip op geld: goed werk is werk dat voldoende financiële zekerheid oplevert.
  2. Grip op werk: goed werk is werk met een zekere vrijheid, waarbij een beroep wordt gedaan op capaciteiten en goede sociale relaties worden onderhouden.
  3. Grip op het leven: goed werk is werk met voldoende tijd en ruimte om het te combineren met zorgtaken en een privé leven.

Wat opvalt in Nederland:

Er is weinig baanzekerheid. Het beleid is de afgelopen tijd gericht geweest op flexibilisering. Zichtbaar is dat er meer tijdelijk werk is in Nederland dan andere Europese landen.

De autonomie van werknemers neemt af. En de helft van de verzuimdagen in Nederland houdt verband met het werk zelf (toenemend aantal mensen met burn-outklachten: 17,5% in 2018).

Intensivering: steeds sneller werken en meer emotioneel belastend werk verrichten. Het zware werk is in de huidige tijd het werken met mensen (agressie, ed.) in diverse functies. De meeste mensen zijn aan het werk. De moderne werkende wil tijd hebben om te zorgen. Goede arbeidsorganisaties zijn de sleutel tot meer kwaliteit op het werk. De aandacht mag meer gericht zijn op de werkplek zelf (sociale innovatie: arbeidsorganisaties zo inrichten dat het beste uit mensen naar boven wordt gehaald). Dit kan bevorderd worden door bijv. informatie over best practices te delen, advies toegankelijk te maken voor werkgevers en werknemers en subsidies voor bedrijven beschikbaar te stellen om deskundigheid in te huren.

9 aanbevelingen:

Meer grip op geld

  1. Voorkom oneerlijke concurrentie tussen werkenden met verschillende contractvormen
  2. Ontwikkel een stelsel van contract neutrale basisverzekeringen en voorzieningen voor alle burgers - hier hoort ook scholing en zorgverlof bij
  3. Vernieuw het actief arbeidsmarktbeleid
  4. Geef mensen met een uitkering en weinig kans op de arbeidsmarkt een basisbaan
    Dit gaat om een selectieve groep (lange tijd buiten het arbeidsproces). Bij re-integratie is de kans groot dat je na een half jaar weer buiten het arbeidsproces terecht komt. Werklozen worden niet geschoold en begeleid. Dit is van belang.

Meer grip op werk

  1. Ontwikkel een programmatische aanpak voor goed werk binnen bedrijven en instellingen
    Toegankelijk maken van advies o.a. van arbeidsdeskundigen (voorbeeld Finland), bij de aanpassing van werk, betere werkplekken, etc. (normen, benchmarks, partijen bij elkaar brengen)
  2. Versterk de positie van werkenden binnen arbeidsorganisaties

Meer grip op het leven

  1. Schep meer mogelijkheden om mensen de keuze te geven hoeveel uren zij willen werken, onder andere door goede kinderopvang en ouderenzorg te bieden en meer werken makkelijker afdwingbaar te maken
  2. Zorg voor langdurige, collectief betaalde verlofregelingen voor zorg en meer zeggenschap over arbeidstijden

Hoe de ontwikkeling van het betere werk op de agenda houden?

  1. Maak de drie condities van goed werk en de verdeling hiervan tot basis van overheidsbeleid en volg deze in de Monitor Brede welvaart.

Eerste reactie van Minister Koolmees bij de in ontvangst name van het rapport:

Er is te weinig aandacht geweest voor autonomie, de laatste jaren is er vooral aandacht geweest voor efficiency. Aanbeveling 1 is wel algemeen commitment voor.

De noodzaak om het goede werk vorm te geven en na te denken over de interne flexibiliteit is van groot belang. Minder nadruk op regelingen en instrumenten, meer op de lange termijn belang voor Nederland. Dit belang wordt steeds meer onderkend.

De tijd is rijp om hierover politiek te spreken.

Volgende week ook rapport commissie Borstlap.

Veel aandacht voor de basisbaan in de eerste reacties op dit rapport. Onterecht dat dit vooral het nieuws is. Er is veel geld beschikbaar gesteld voor persoonlijke begeleiding van mensen buiten het arbeidsproces. Basisbaan betreft een kleine groep, niet een generieke maatregel. Staatssecretaris is ermee bezig hoe dit vormgegeven moet worden in de toekomst. Huidige situatie laat een participatiegraad van 69,5% zien en bijna 9 miljoen banen. De kwantiteit van werk is niet meer het onderwerp.

Eerste reactie Tof Thissen, directeur Werkbedrijf UWV:
Afstand tot de arbeidsmarkt wordt uitgedrukt in de tijd, die het je kost om terug te keren tot de arbeidsmarkt. Acties zijn er op gericht om mensen in de WW binnen 6 maanden weer aan het werk te helpen. Mensen die richting max WW gaan en vervolgens naar de bijstand gaan (1 op de 7 uitkeringsgerechtigden) vragen onze aandacht. Hiervoor is meer samenwerken tussen UWV en gemeenten noodzakelijk! 6 op de 7 wordt niet uitkeringsgerechtigd => zij hebben geen grip op geld.

Er is een stijgende groep WIA met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (45.000 mensen vorig jaar). De WIA dreigt het nieuwe WAO debat te worden. Er is te weinig geld voorhanden geweest om deze mensen te activeren. Er is nu meer weer meer geld door het kabinet beschikbaar gesteld om mensen in de WIA en WW te activeren. We investeren in Nederland wel significant minder dan in andere landen.
Wajong groep moet constant aandacht krijgen. Werken vaak kort en vallen terug. Nu komen deze mensen bij de gemeente terecht (nieuwe instroom).

De vraag is hoe samen te gaan werken met werkgevers en sociale partners om te voorkomen dat mensen in een uitkering komen? Dit is nu geen maatschappelijke opdracht (ligt in de eigen verantwoordelijkheid van burgers). Het is belangrijk dat deze opdracht formeel wel gegeven wordt. Nu wordt er in experimenten wel samengewerkt aan preventie. Dit is een publieke verantwoordelijkheid samen met private partijen.

Eerste reactie Mariette Hamer (voorzitter SER):

Het gevoel van te weinig grip/autonomie is niet nieuw. Is ook al in eerdere adviezen naar voren gekomen (jongerenplatform, positie van chronisch zieken, etc.). Hierbij is leven lang ontwikkelen een essentieel begrip! Leven lang ontwikkelen is nodig voor grip op werk en grip op je leven.

De doelstelling is: Goed werk voor iedereen.

De SER in Vlaanderen kijkt naar 4 elementen:

1. heb je stress?,

2. is arbeid en zorg te verdelen?

3. is het werk leuk?

4. voel je je goed in het werk?

Autonomie gaat ook over zeggenschap op je werk. Meedenken over de inhoud van het werk, ideeën aanleveren, mede-eigenaar zijn van de plek waar je werkt.

Belangrijk om morgen te beginnen!

Vertaling in beleidsmaatregelingen kost nog veel tijd. Er kan al heel veel gedaan worden.

Het maatschappelijke debat over wat het ons waard is is ook belangrijk!

De werknemer is ook burger die consumeert en besluit om te kopen bij bijv. Amazon die een felle concurrent is van organisaties in Nederland en minder goed werk biedt door lage marges.

Het gaat over een waarderingssamenleving. Welke waarde hechten we aan werk en aan de positie van werkenden en hoe het werk wordt uitgevoerd?

Eerste reactie vanuit werkgeversperspectief (AWVN) en werknemersperspectief(CNV)

Focus verleggen van is er genoeg werk naar is het werk zelf genoeg? - de waarde van werk
Werkdruk is een groot thema. We willen i.v.m. de arbeidsmarkt schaarste dat mensen meer uren willen werken. Echter lukt dit niet in combinatie met privé/zorg.

In het afgelopen jaar is er meer gestaakt dan de 30 jaar daarvoor, dit ging wel vaak over salaris. De jonge generatie kijkt juist naar de secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden.

Hoe maak je de werkplek een ideale plek waar je het beste uit jezelf te halen?

Fluctuerend overheidsbeleid helpt niet om werkgevers in staat te stellen goed werk te bieden. "Kijken naar gedeelde belangen ipv naar deelbelangen"

Rode draad in het rapport is ook keuzevrijheid om je leven en werk te regelen.
Gebruikmaken van de mogelijkheden die er zijn wordt een belangrijker thema ook in cao's. Er zijn al veel regelingen, die niet bekend zijn of niet gebruikt worden. Professionals in de arbeidsmarkt kunnen goede ideeën en mogelijkheden naar de werkgevers brengen.

Jongeren zijn niet tegen flexibiliteit maar wel tegen flexibilisering. Op zoek naar een nieuwe balans (blij met de iPad van het werk en na een paar maanden overspannenheidsklachten omdat men om 22.00 uur nog mail aan het beantwoorden is).

Hernieuwd actief arbeidsmarktbeleid gericht op wat werkt voor wie

Actief arbeidsmarktbeleid moet vertrekken vanuit de mens zelf (wat is de wens en zijn de mogelijkheden). Persoonlijk contact met adviseurs of begeleiders blijkt bevorderlijk voor het vinden van betaald werk. Mensen met weinig arbeidsmarktkansen en degenen die kampen met hun gezondheid of met een andere arbeidsbeperking, hebben vaak een persoonlijke, intensieve en langdurige benadering nodig (p.177 e.v. Het betere werk).

Niet de uitkering van de persoon moet leidend zijn, maar de problemen en mogelijkheden van de werkzoekende. De wetenschappelijke studies geven aanleiding om meer op maat gemaakte interventies te ontwikkelen. Mensen die langere tijd geen werk hebben gehad passen niet zomaar in openstaande vacatures.

Uit onderzoek komt ook naar voren dat gezondheidsproblemen een cruciale rol spelen bij het aannemen en behouden van mensen bij arbeidsorganisaties. Voor werkgevers zijn voorspelbare, continue financiële middelen een voorwaarde. Vooral gerichte persoonlijke loonkostensubsidies lijken effect te hebben. Er zijn veel regelingen, zoals loondispensatie of het aanstellen van een jobcoach. Voor veel werkgevers zijn deze regelingen niet bekend. Mooie opdracht voor arbeidsdeskundigen om de werkgevers hierover te informeren.

Uit het inspectierapport van SZW 2018 blijkt dat het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking vaak makkelijker is dan het aan het werk houden.

Er ligt een belangrijke opdracht voor de komende tijd om na te denken hoe vanuit de arbeidsdeskundige expertise bijgedragen kan worden aan het betere werk, met grip op geld, grip op werk en grip op het leven.

Marianne Holleman

Directeur AKC

delen via

Ander nieuws

Bekijk alle berichten