Twee jaar doorbetalen knelt, maar werkt
Nederland legt internationaal gezien veel verantwoordelijkheid bij de individuele werkgever: bij ziekte moet het loon maximaal 104 weken worden doorbetaald en in die periode rust ook een groot deel van de re-integratieverantwoordelijkheid op de werkgever. Vooral kleinere werkgevers ervaren dat als zwaar; volgens het ministerie noemt 45 procent van de werkgevers deze verplichtingen een belemmering om mensen in vaste dienst te nemen. Tegelijk heeft de tweejarige periode volgens het ministerie bijgedragen aan meer arbeidsparticipatie en werkgelegenheid, omdat werkgevers een sterke prikkel hebben om werknemers weer aan het werk te helpen.
Korter doorbetalen pakt duur uit
Verkorting van de loondoorbetaling naar één of anderhalf jaar brengt meer werknemers eerder in de WIA. Bij verkorting naar één jaar stijgen de overheidsuitgaven per saldo met 4,6 miljard euro, bij anderhalf jaar met 1,9 miljard. Door de huidige achterstanden bij UWV is deze variant op korte en middellange termijn bovendien niet uitvoerbaar. Een ander scenario beperkt de bovenwettelijke aanvullingen op het loon: de meeste werknemers krijgen nu meer dan 70 procent doorbetaald, wat volgens de minister de financiële prikkel om snel weer aan het werk te gaan wegneemt. Als werkgevers het loon maximaal zes maanden aanvullen, besparen zij volgens het ministerie 1,4 miljard euro per jaar.
Collectiviseren, kortere loonsanctie, minder ontslagprocedures
De overige scenario's raken direct de re-integratiepraktijk. Bij kleine werkgevers kan een deel van de kosten en de re-integratie in het tweede ziektejaar collectief worden overgenomen, met als dilemma minder prikkel om te re-integreren en meer versnippering van verantwoordelijkheden. De maximale loonsanctie van UWV kan van 52 naar 26 weken, waardoor het financiële risico daalt maar de prikkel voor zorgvuldige re-integratie kleiner wordt. Na een positieve RIV-toets kan de aparte ontslagaanvraag bij UWV vervallen, wat administratie scheelt maar de preventieve ontslagbescherming van de werknemer gedeeltelijk wegneemt. En de no-riskpolis kan worden uitgebreid, zodat een nieuwe werkgever beter beschermd is bij overname van een werknemer uit het tweede spoor.
UWV als begrenzing, poortwachter onder de loep
Bij meerdere scenario's komt hetzelfde praktische probleem terug: maatregelen die werknemers eerder naar de WIA brengen of UWV meer re-integratietaken geven, vragen extra verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en re-integratieprofessionals, en die capaciteit is er nu niet voldoende. Onder de technische discussie ligt uiteindelijk een politieke keuze: wie draagt het financiële risico van langdurige ziekte? Voor maatregelen die extra overheidsgeld kosten is nog geen dekking. Daarnaast loopt een afzonderlijk onderzoek naar knelpunten in de Wet verbetering poortwachter, waarover de Kamer eind 2026 verder wordt geïnformeerd.
Lees het volledige artikel bij Personeelsnet.