Sinds 2015 geen instroom meer
Sinds 2015 is nieuwe instroom in de Wsw niet meer mogelijk, waardoor de groep steeds ouder en kleiner wordt. Inmiddels is 80 procent van de Wsw-medewerkers ouder dan 45 jaar en ligt de gemiddelde leeftijd op 53,8 jaar. Jongeren zijn vrijwel verdwenen uit de regeling. Van de uitstroom uit dienstbetrekkingen komt 87 procent door pensionering, langdurige ziekte of overlijden.
Vervroegd uittreden neemt toe
De Regeling Vervroegd Uittreden speelt een steeds grotere rol in de uitstroom. In 2025 maakten 1.758 mensen er gebruik van, een stijging van 15,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De regeling geeft oudere medewerkers de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken.
Meer psychische en verstandelijke beperkingen
De verdeling over werkvormen verandert nauwelijks: interne plaatsingen vormen nog altijd het grootste deel, gevolgd door individuele en groepsdetacheringen. Het aantal gedetacheerde en begeleid werkende medewerkers neemt wel af. Medewerkers in begeleid werken zijn gemiddeld jonger en hebben relatief vaak een psychische beperking. In de totale groep groeit het aandeel mensen met een psychische of verstandelijke beperking, terwijl het aandeel met een lichamelijke beperking afneemt.
Infrastructuur voor een bredere groep
Volgens Cedris verandert de Wsw van een voorziening met instroom naar een voorziening die vooral wordt gekenmerkt door uitstroom, terwijl de vraag naar ondersteuning richting werk groot blijft. Werkontwikkelbedrijven zetten hun kennis, voorzieningen en werkgeversnetwerken daarom steeds breder in, bijvoorbeeld voor mensen in beschut werk, mensen uit de banenafspraak en jongeren. Het programma Toekomstbestendige Sociale Infrastructuur richt zich op de vraag hoe die infrastructuur verder kan worden ontwikkeld.
Lees het volledige artikel bij Cedris.