De arbeidsmarkt wordt vaak beschreven in grote woorden: structurele krapte door vergrijzing, een naderende golf van baanverlies door kunstmatige intelligentie en een jonge generatie die het slechter zou hebben dan haar ouders. Volgens Paul de Beer, emeritus hoogleraar arbeidsverhoudingen, houden deze aannames onvoldoende stand als je ze toetst aan de feiten.
Krapte niet veroorzaakt door vergrijzing
De Beer wijst erop dat de huidige arbeidsmarktkrapte niet het gevolg is van vergrijzing. Als dat zo zou zijn, had een duidelijke toename zichtbaar moeten zijn in het aantal mensen dat met pensioen gaat. Die stijging is er niet: het aantal pensioneringen is al jaren relatief stabiel. De krapte ontstond volgens hem vooral na de coronaperiode, toen veel werkenden hun baan heroverwogen en overstapten naar werk dat beter aansloot bij hun wensen. Dat leidde tot een tijdelijke toename van vacatures, zonder dat dit iets zegt over een structureel tekort aan arbeidskrachten.
Vacatures geven een vertekend beeld
Het aantal openstaande vacatures zegt volgens De Beer weinig over de feitelijke situatie. Vacatures staan gemiddeld enkele maanden open en vormen vaak schakels in een keten van baanwisselingen. Deze zogeheten frictievacatures horen bij een dynamische arbeidsmarkt en zijn niet per definitie een teken van ontwrichting.
Terughoudendheid bij claims over AI
Ook over de impact van AI is De Beer voorzichtig. Dat technologie technisch mogelijk is, betekent niet automatisch dat zij breed en direct wordt toegepast. Historisch gezien worden technologische vernieuwingen sterk beïnvloed door sociale en organisatorische factoren. Grootschalige gedwongen omscholing of massaal baanverlies acht hij daarom onwaarschijnlijk.
Jongeren niet slechter af
Tot slot plaatst De Beer kanttekeningen bij het idee dat jongeren het slechter hebben dan eerdere generaties. Op basis van langlopende databestanden concludeert hij dat jongere generaties, gecorrigeerd voor inflatie, gemiddeld niet minder verdienen dan hun ouders op dezelfde leeftijd. Ook verschillen in bijvoorbeeld woningbezit blijken minder groot dan vaak wordt aangenomen.
Lees het volledige interview bij het Financieele Dagblad.