Werklozen, semiwerklozen en deeltijders die meer uren willen werken vormen samen het onbenut arbeidspotentieel. Vanaf het tweede kwartaal van 2014 slonk het onbenut arbeidspotentieel van 1,8 miljoen naar 1,0 miljoen in het tweede kwartaal van 2019. Vervolgens nam het tijdelijk sterk toe tot 1,2 miljoen tijdens de eerste periode van de coronacrisis in 2020. Daarna is het onbenut arbeidspotentieel weer gekrompen tot 1,0 miljoen in het tweede kwartaal van 2021. Van hen waren er 345 duizend jonger dan 25 jaar.
Klik hier voor meer informatie