Het aantal Nederlanders met een flexibel dienstverband (tijdelijk contract, uitzendkracht, payrolling) in de totale werkzame beroepsbevolking groeide met 10 procentpunt, van 24% in 2005 naar 34% in 2015. Tegelijk daalde het aantal werknemers met een vast dienstverband van 72% naar 62%. Niet alle beroepen zijn echter in gelijke mate geflexibiliseerd, zoals blijkt uit Figuur 1. Deze toont de vijf beroepen waarin de flexibilisering in de afgelopen tien jaar het grootst was en de vijf beroepen waarin de flexibilisering een stuk minder was.
Figuur 1. Ontwikkeling in het soort arbeidsrelatie tussen 2005 en 2015 per beroep
Bron: CBS Statline 2016
Uit figuur twee blijkt, dat flexibilisering zich zowel in hogere als op elementair(geen of basisonderwijs) voor komt. Op dat laatste niveau is de flexibilisering het grootst.
Bron: CBS Statline 2016
Voor verdere toelichting zie:
http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2016/dnb…