Van 11,5 naar 7,9 procent in vier jaar
In 2021 stroomde 11,5 procent van de bijstandsgerechtigden door naar betaald werk. In 2024 en 2025 was dat nog maar 7,9 procent. Divosa-voorzitter Victor Everhardt verklaart de daling: door de krapte op de arbeidsmarkt konden de afgelopen jaren veel mensen snel aan het werk. De groep die overblijft, heeft een combinatie van problemen zoals schulden, mantelzorgtaken of gezondheidsproblemen. "Het kost een gemeente drie tot vier keer zo veel tijd om zo iemand naar werk te begeleiden", zegt Everhardt.
Vrijwilligerswerk als tussenstap
Voor een deel van de 410.000 bijstandsgerechtigden is een betaalde baan niet direct haalbaar. Dagbesteding of vrijwilligerswerk kan dan een eerste stap zijn. "Voor een aantal van hen is het een enorme stap voorwaarts om weer te kunnen meedoen. Dan moet je niet alleen aan betaald werk denken", aldus Everhardt. De Participatiewet in Balans speelt hierop in: soms telt vrijwilligerswerk als verplichte tegenprestatie voor de uitkering.
Bewezen instrumenten ruimer inzetten
Divosa pleit voor bredere inzet van loonkostensubsidie en IPS (Individuele Plaatsing en Steun). Bij loonkostensubsidie compenseert de werkgever de lagere productiviteit van een werknemer. IPS is een langdurige begeleidingsvorm die nu vooral wordt ingezet bij mensen in de ggz, maar breder toepasbaar is. Everhardt benadrukt de urgentie: "We hebben deze groep mensen keihard nodig op de krappe arbeidsmarkt met de dubbele vergrijzing die eraan komt."
Lees het volledige artikel bij NU.nl.