Stabiel beeld, maar ruimte voor groei
De zesde meting laat een stabiel beeld zien: 58 procent van de cliënten ervaart de menselijke maat sterk of zeer sterk, nagenoeg gelijk aan de vorige meting. Bij werkgevers is dat 41 procent. Of 58 procent genoeg is, vindt Wies minder relevant dan de vraag of er beweging in zit. "Als organisatie wil je een positieve ontwikkeling nastreven. Dat is uiteindelijk wat telt."
Cliënten zonder arbeidsvermogen blijven achter
Niet alle groepen ervaren de menselijke maat even sterk. Cliënten zonder arbeidsvermogen hebben minder contact met UWV, terwijl juist dat contact een kans is om de menselijke maat te ervaren. Wies: "We onderschatten onze rol voor deze mensen." Ook na een afwijzing is er nog wat te winnen: mensen die zich gehoord voelen, ervaren de menselijke maat toch positief, ook al is de uitkomst niet zoals gehoopt.
Van cijfers naar actie
Initiatieven worden steeds vaker vooraf getoetst op verwacht effect en achteraf gemeten op resultaat. Naast de cijfers verzamelt UWV ook persoonlijke verhalen van cliënten. "Op het moment dat je een verhaal van een cliënt leest, komt dat meer binnen dan een zeven of een acht."
Lees het volledige artikel bij UWV.