Steun van werkgevers blijft achter
De steun die bedrijfsartsen ervaren speelt een belangrijke rol in de vraag of ze aan preventie toekomen. De meeste bedrijfsartsen (84 procent) ervaren steun van collega's en 62 procent van de eigen arbodienst. Van de werkgevers voor wie ze werken, ervaart slechts 43 procent van de bedrijfsartsen steun. Steun van werkgevers en meer vertrouwen in eigen kunnen hangen samen met meer tijd voor preventie, een positieve houding ten opzichte van preventie niet.
Interventie in intercollegiale toetsgroepen
Preventieve taken staan beschreven in de Arbowet, maar in de praktijk lukt het bedrijfsartsen vaak niet om daar tijd voor vrij te maken. Daarom werd een interventie opgezet. Bestaande groepen voor intercollegiale toetsing gingen in drie bijeenkomsten aan de slag met preventieve taken. De bedrijfsartsen stelden een persoonlijk actieplan op om deze taken meer op te pakken. De interventie werd tussen mei 2023 en september 2024 getest in een studie met 41 toetsgroepen.
Vijf uur per maand meer preventief advies
De interventie vergrootte het bewustzijn over het belang van preventie, en veel deelnemers stelden werkdoelen op. Na een jaar besteedden deelnemende bedrijfsartsen gemiddeld vijf uur per maand meer aan preventief advies tijdens de verzuimbegeleiding. Voor die taak zijn ze niet afhankelijk van extra tijd, geld of goedkeuring van werkgevers of arbodienst. De totale tijd voor preventie verschilde echter niet met de controlegroep: in beide groepen steeg die van 14 naar 17 procent van de werktijd.
Duidelijker doel voor preventie nodig
Veel belemmeringen hangen samen met hoe het systeem in Nederland is ingericht. Orhan Pees adviseert een duidelijker doel voor preventie, met afspraken en middelen van alle betrokkenen, waaronder werkgevers en arbodiensten. Omdat de rol van werkgevers essentieel bleek, is het volgens haar belangrijk na te gaan hoe werkgevers gestimuleerd kunnen worden om in preventie te investeren. Het onderzoek was een samenwerking van het RIVM met Amsterdam UMC, in opdracht van het ministerie van SZW.
Lees het volledige artikel bij RIVM.