Begrippen

BEGRIP

DEFINITIE

Arbeidsovereenkomst

(Bron art 7:610 BW)

De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

Arbeidsparticipatie

Arbeidsparticipatie is het actief deelnemen aan het arbeidsproces in de vorm van het hebben van een officiële baan als werknemer of baas/ondernemer/eigenaar, dan wel als zelfstandig ondernemer zonder personeel. Dat kan een reguliere of en aangepaste functie of werkomgeving zijn. Dagbesteding en vrijwilligers werk vallen niet onder deze definitie.

Belastbaarheid

De last die een individu of een gedeelte van het individu kan dragen, zowel op het geestelijke niveau als op het lichamelijk niveau. Belastbaarheid hangt samen met de algehele conditie van het lichaam of delen van het lichaam. De conditie van het lichaam of de conditie van delen van het lichaam zijn de sleutelelementen bij het begrip belastbaarheid.

Beschutte arbeid

(Bron: website SW-bedrijf)

Arbeid verricht binnen een SW-bedrijf. Een sociale werkvoorziening (SW) begeleidt mensen die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben in werk (beschutte arbeid).

BOB

Beeldvorming-Oordeelsvorming-Besluitvorming methodiek.

Competenties

(Bron: werk.nl)

Wat iemand goed moet kunnen om in een bepaald beroep te werken.

Consessiebereidheid

(Bron: AKC cahier 10 Scan Werkvermogen Werkzoekenden)

De bereidheid om concessies te doen is een bevorderende factor ten aanzien van het vinden van een baan. Het gaat hierbij om concessies op het gebied van de hoogte van het loon, de inhoud en de kwaliteit van het werk, de werkzekerheid en de gewenste omvang van het contract.

Coping

De manier waarop iemand met problemen en stress omgaat.

Dagbesteding

(Bron: woordenlijst AWBZ, www.ciz.nl)

Een zinvolle besteding van de dag voor bijvoorbeeld mensen met een handicap, voor mensen met psychiatrische problemen of voor ouderen.

Evidence

Betrouwbare getuigenis (bewijs).

ICF-schema

(Bron:Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

International Classification Functionality overzicht van de activiteiten die een persoon kan verrichten met in achtneming van de aandoening/stoornis als uitgangspunt en stelt dat deze in combinatie met persoonlijke en externe factoren bepalend zijn voor participatie mogelijkheden.

Intentie, houding en gedrag

(Bron: AKC cahier 10 Scan Werkvermogen Werkzoekenden)

De intentie, een belangrijke voorspeller voor daadwerkelijk gedrag, wordt beïnvloed door drie aspecten: attitude (een positieve / negatieve houding van een persoon in werk), subjectieve norm (de door een individu ervaren sociale druk om te gaan werken) en eigen effectiviteit (het geloof van een individu een baan te vinden).

Loonvormende arbeid

Bron: AMvB BWBR001950)

Loonvormende arbeid is altijd gericht op het leveren van productie.

NVvA

Bron : (www.arbeidsdskundigen.nl)

Nederlandse Vereniging van Arbeidsdeskundigen

Ontwikkelpotentie

Als een persoon niet over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt, maar wel de juiste persoonskenmerken en motivatie laat zien, dan wordt zijn ontwikkelpotentieel als groot ervaren. Andersom, als zijn persoonskenmerken en motivatie te wensen over laten is zijn ontwikkelpotentieel laag.

Organisatie

Een organisatie is een doelgerichte samenbundeling van kennis, vaardigheden en kracht tussen drie of meer personen die primair middelen en activiteiten aanwendt om te voorzien in de behoefte aan producten en/of diensten in haar omgeving.

Participatie mogelijkheden

(bron: Ser advies meedoen zonder beperkingen van 24 augustus 2007)

De mogelijkheden om aan onze samenleving deel te nemen op een manier die past bij de eigen capaciteiten, rekening houdend met vaardigheden en mogelijkheden. Zoals werken in reguliere arbeid bij een werkgever, of werken als zelfstandige, of begeleid werken bij een reguliere werkgever. Werk in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) of vrijwilligerswerk. Dan wel in arbeidsmatige dagbesteding in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Participatieplan

(Bron www.werk.nl)

Plan gericht op het vinden en behouden van werk.

Persoonlijk netwerk

De mate van informele of formele participatie is van invloed op het welbevinden van de werkloze. De sterkte van het sociale netwerk heeft ook invloed op de kans op het vinden van werk. Aan de hand van drie vragen wordt inzicht verkregen in het persoonlijke netwerk en de banden met betaald werk die hierin aanwezig zijn.

Poortwachterscentrum

(Bron: www.uwv.nl)

Poortwachtercentrum is een initiatief van het bedrijfsleven waarbij wordt samengewerkt om re-integratie zelf uit te voeren.

Self efficacy / zelfvertrouwen

(Bron: Toward a unifying theory of behavioral change. Maart 1977, Albert Bandura,)

De overtuiging om efficiënt te kunnen handelen in een gegeven situatie, of kortweg: het geloof in eigen kunnen.

Sociale activering

(Bron; www.uwv.nl , re-integratiedienst sociale activering)

Sociale activering is het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, die mogelijk een eerste stap naar werk betekenen. Sociale activering is niet te vatten in een limitatieve opsomming van activiteiten. Het betreft alle maatschappelijk zinvolle activiteiten die een bijdrage leveren aan het verminderen van de afstand tot en het daarmee weer krijgen van aansluiting met de arbeidsmarkt.

Sociaal activiteiten niveau

Dit is vast te stellen met de Participatie ladder. Die onderscheid zes niveaus

Structureel functioneel beperkt

(Bron: AKC leidraad jobcoaching)

Een beperking voor het uitvoeren van werk door een medische oorzaak. Deze beperking is structureel en belemmert de persoon langdurig bij de uitvoering van zijn taken/ werkzaamheden. Langdurig wil zeggen dat de beperkingen ten minste één jaar aanhouden.

Suwi

(Bron: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen.

Verdienvermogen

(Bron: UWV handboeken)

Het percentage dat iemand kan verdienen afgezet tegen het loon van de gezonde soortgelijke of afgezet tegen het wettelijke minimumloon (indien wajong van toepassing is).

Vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is werk dat iemand onbetaald en onverplicht verricht, voor anderen of voor de samenleving. Voorwaarden vrijwilligerswerk:

  • Het werk is in het algemeen belang of in een bijzonder maatschappelijk belang.

  • Het werk heeft geen winstoogmerk.

  • Het werk als vrijwilliger kost de arbeidsmarkt geen banen. Het komt niet in de plaats van een betaalde baan.

Werkgever

(Bron: hoofdstuk 1 artikel 11 onder 1.4 WIA)

  1. Werkgever is de werkgever in de zin van de Ziektewet behoudens voor zover deze zijn werkgeverschap ontleent aan artikel 10, onder 1°, onder g, van die wet.

In de gevallen, bedoeld in artikel 8, tweede lid , is werkgever de natuurlijke persoon tot wie, het lichaam of het orgaan van een lichaam tot welk, de werknemer in dienstbetrekking staat.
In de gevallen, bedoeld in artikel 9 , wordt als werkgever aangemerkt de persoon of instantie, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen.

Werknemer

(Bron: artikel 3 lid 1 ZW)

Volgens artikel 3, lid 1, ZW is een werknemer de natuurlijke persoon, jonger dan de AOW-leeftijd, die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.

Werkvermogen

(Bron: Work Ability Index)

De mate waarin een werknemer zowel lichamelijk als geestelijk in staat is om zijn/haar huidige werk uit te voeren, nu en in de toekomst.

Werkzoekgedrag

De wijze waarop een persoon naar werk zoekt (bijvoorbeeld de intensiteit) en de verwachtte effectiviteit daarvan.

WMO-loket

(Bron: www. Rijksoverheid.nl)

Hulp of ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aan te vragen bij de gemeente waar u woont.

WSW

(Bron: AKCLeidraad jobcoaching)

Wet Sociale Werkvoorziening. De WSW voorziet in de mogelijkheid om aangepast werk te verrichten voor klanten die niet aan het reguliere arbeidsproces kunnen deelnemen. De toelating tot de WSW vereist een WSW-indicatiestelling van het UWV Werkbedrijf.

Wet Verbetering Poortwachter

(Bron: wet verbetering poortwachter)

Wet van 29 november 2001 tot verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever (Wet verbetering poortwachter.

Work Ability Index

(bron: informatiefolder WAI van Blik op werk)

De Work Ability Index (WAI) is een vragenlijst die het werkvermogen meet van een persoon.

(Met de WAI-vragenlijst maakt de individuele werknemer op vrijwillige basis een inschatting van zijn of haar werkvermogen.)

Zelfredzaamheid

(Bron: Koninklijk Besluit van 18 augustus 2004, nr. 04.002788)

Het vermogen van een individu op de drietal terreinen te functioneren.

de zelfverzorging
(de zelfverzorging in het dagelijks leven, het zelfstandig initiatief kunnen nemen tot noodzakelijke handelingen ten behoud van zaken zoals hygiëne, dagritme en de structurering die iemand in zijn dagelijks leven aanbrengt)

het samenlevingsverband
(relaties met o.m. partner, ouders of kinderen)

de sociale contacten buiten het gezin incl. het onderhouden van werkrelaties
(relaties met vrienden of familie en omgang met minder vertrouwde omgeving, winkelen, hobby’s, sport, vakanties, verenigingen en uitgaan; indien van toepassing: het onderhouden van functionele, d.w.z. niet vrijblijvende werkrelaties in betaalde of onbetaalde arbeid)

Zelfregie

Zelf bepalen.

Zelfstandig ondernemer

(Bron: Wet Inkomstenbelasting 2001)

De belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming.