Toepassingsgebied

Loonvormende arbeid

De arbeidsparticipatievraagstukken waarbij arbeidsdeskundigen zijn betrokken, hebben loonvormende arbeid tot doel. Hierbij kan het gaan om de reguliere arbeidsmarkt of om beschut/begeleid werk. Dagbesteding en vrijwilligerswerk horen hier niet bij. Voorbereidende activiteiten – zoals vrijwilligerswerk, een proefplaatsing, stage, sociale activering of gesubsidieerd werk – kunnen overigens wel onderdeel zijn van een arbeidsparticipatietraject.

Personen zonder dienstverband

Deze leidraad heeft betrekking op cliënten1 zonder dienstverband, met een disbalans in de belastbaarheid versus belasting en/of een arbeidsbeperking.

Als er een dienstverband is of is geweest, geldt de Wet Verbetering Poortwachter en is de werkgever verantwoordelijk voor de arbeidsparticipatie van de werknemer. In dat geval is de Leidraad Verzuim van toepassing.

Acties die zijn gericht op preventie van uitval van werkenden worden niet in deze leidraad behandeld. Hiervoor is de Werkscan beschikbaar.

Twee groepen

In de praktijk kunnen arbeidsdeskundigen voor twee groepen cliënten een arbeidsparticipatieplan opstellen:

• Mensen die zonder (langdurige) begeleiding op de werkplek weer aan de slag kunnen gaan. Voor deze groep kan de arbeidsdeskundige gebruikmaken van (een combinatie van) de volgende instrumenten: de Participatieladder, de Scan Werkvermogen Werkzoekenden (methodisch vaststellen van secundaire factoren bij re-integratie) en screeninglijsten van het Instituut Midden en Kleinbedrijf (IMK).

• Mensen met beperkte mogelijkheden, die alleen met (langdurige) begeleiding op de werkplek een kans hebben om te participeren op de arbeidsmarkt. De arbeidsdeskundige kan voor deze groep gebruikmaken van (een combinatie van) de volgende instrumenten: de Participatieladder in combinatie met de matchingsmethode van de Leidraad Jobcoach.

Rol van de arbeidsdeskundige

Arbeidsdeskundigen kunnen arbeidsparticipatieopdrachten krijgen van UWV, re-integratiebedrijven, verzekeraars en gemeenten. De meerwaarde van de arbeidsdeskundige komt het beste tot uiting als er sprake is van een disbalans in de belasting en de belastbaarheid op basis van (arbeids)beperkingen. De arbeidsdeskundige geeft inzicht in de weging van belastbaarheid versus belasting, de eigen beleving van de cliënt met een arbeidsbeperking en zijn bereikbare mogelijkheden. Op basis daarvan benoemt hij op het gebied van werk en inkomen reële doelen, maatregelen en acties. Bij arbeidsparticipatie ligt de focus op wat er – in de toekomst – mogelijk is: wat kan een cliënt zelf doen en wat moet er (nog) gebeuren om hem in staat te stellen in arbeid te participeren? Door aan te sluiten bij de beleving van de cliënt en uit te gaan van zijn kracht, stimuleert de arbeidsdeskundige diens zelfredzaamheid.


1 

Voor deze leidraad gebruiken we de term cliënt als benaming van de betrokken persoon, die centraal staat bij het handelen gericht op arbeidsparticipatie. De klant kan daarbij ook de opdrachtgever zijn.