Doel

Handvatten

Deze leidraad biedt arbeidsdeskundigen een visie op arbeidsparticipatie, een werkmethode en handvatten voor methodisch handelen bij het opstellen van een plan om arbeidsparticipatie te bevorderen. Het handelen van de arbeidsdeskundige richt zich op het stimuleren van de cliënt. De cliënt moet zoveel mogelijk zelf actie ondernemen om passend werk te krijgen, naar krachten en bekwaamheden.

Professioneel

In deze leidraad vindt de arbeidsdeskundige het gewenste methodisch handelen en aanvullende praktische informatie. Hiermee wordt eenheid van beroepsuitoefening gestimuleerd en wordt het arbeidsdeskundige beroep verder geprofessionaliseerd.

Transparant

Deze leidraad biedt opdrachtgevers, werkgevers, werknemers, werkzoekenden en andere professionals inzicht in wat ze van de arbeidsdeskundige kunnen verwachten. Wanneer is de arbeidsdeskundige aan zet bij arbeidsparticipatie en wanneer gaan andere professionals aan de slag? En wanneer werken arbeidsdeskundigen als het gaat om arbeidsparticipatie samen met andere professionals?

Werkwijze

De voorgestelde werkwijzen zijn praktisch toepasbaar en worden door de NVvA als beroepsvereniging gedragen. Consensus over de uitvoeringspraktijk, de beschikbare methoden en instrumenten, de bestaande expertkennis en – voor zover beschikbare – evidence zijn bepalend geweest voor de inhoud van deze leidraad.

De Leidraad Arbeidsparticipatie is ontwikkeld om de meest voorkomende vragen van de opdrachtgever over arbeidsparticipatiemogelijkheden van cliënten met een structurele beperking te beantwoorden.

Hierbij gaat het om vragen als:

  • Hoe ziet de sociale context van de cliënt er uit?

  • Is de cliënt in staat om maatschappelijk te participeren?

  • Beschikt de cliënt op dit moment over werkvermogen? Zo nee, is het werkvermogen te beïnvloeden?

  • Kan de cliënt participeren in een vorm van betaald werk en wat zijn daarvoor de noodzakelijke compenserende factoren?

  • Hoe ziet de kosten-batenanalyse van een traject gericht op arbeidsparticipatie eruit?

De arbeidsdeskundige onderbouwt het advies met valide (reproduceerbare en transparante) argumenten. De leidraad geeft hiervoor een handreiking.

Een andere werkwijze dan in de leidraad beschreven is uiteraard ook mogelijk. De arbeidsdeskundige die afwijkt van de leidraad moet dan wel onderbouwen waarom hij dat doet. Deze afwijkende werkwijze moet bovendien transparant en verifieerbaar zijn. De NVvA beveelt de voorgestelde werkwijzen uit de leidraden aan om uniformiteit van het arbeidsdeskundig handelen te bevorderen.

Ethische keuzes
De arbeidsdeskundige werkt conform de gedragscode van de Stichting Register Arbeidsdeskundigen (SRA). Specifiek betekent dit voor de opdracht van een arbeidsdeskundige dat:

  • de arbeidsdeskundige opdrachten in de rol van adviseur deskundig en objectief uitvoert, zo onafhankelijk mogelijk;

  • er voor de uitvoering voldoende tijd is, waarbij het belang van de cliënt voorgaat op de begrote tijd bij de aanvaarding van de opdracht;

  • de arbeidsdeskundige de beoordeling met uiterste zorgvuldigheid doet en geen opdrachten accepteert waarbij van tevoren een vaste tijd is bedongen;

  • de arbeidsdeskundige bij tijdsoverschrijding van de opdracht de reden en omstandigheden van de overschrijding bespreekt met zijn opdrachtgever;

  • de arbeidsdeskundige zorgvuldig omgaat met vertrouwelijke informatie1. De arbeidsdeskundige:

    • gaat zeer zorgvuldig om met (schriftelijke en mondelinge) informatieverstrekking aan derden;

    • vraagt toestemming aan de cliënt voordat hij mogelijk vertrouwelijke informatie aan derden verstrekt;

    • verstrekt alleen die informatie die noodzakelijk is om tot een goede re-integratie, arbeidsparticipatie en acceptatie van het doel van de opdracht te komen;

    • weegt daarbij de belangen van de opdrachtgever en de cliënt tegen een succesvolle re-integratie en daardoor het secundaire belang van de cliënt;

    • is verantwoordelijk voor het verzenden van zijn rapportage en beschermt de inhoud van zijn rapportages tegen onbevoegden; 

    • stelt alleen vertrouwelijke informatie aan de opdrachtgever ter beschikking na toestemming van de cliënt, als dit in het belang is van de re-integratie en als hierdoor de kansen op een succesvolle re-integratie significant toenemen.

Aandachtspunten
De arbeidsdeskundige ontvangt vaak een meervoudige opdracht, waarbinnen hij meerdere rollen kan aannemen. De arbeidsdeskundige doet er goed aan tijdens de opdracht de volgende aandachtspunten te hanteren:

  • De arbeidsdeskundige omschrijft in de acceptatiebevestiging of hij in zijn rapportage een antwoord op de vragen van de opdrachtgever kan geven. Bij bijzondere opdrachten moet de arbeidsdeskundige bepalen of hij deze opdracht misschien als zelfstandige opdracht moet uitvoeren.

  • Bij elke opdracht bepaalt de arbeidsdeskundige zorgvuldig of hij de opdrachtrol van beoordelaar van het traject en de inzet en motivatie van de cliënt voldoende objectief kan uitvoeren en kan combineren met andere rollen. Hij houdt hierbij rekening met rollen die hij tijdens de opdracht zal uitvoeren, rollen en opdrachten die hij eerder heeft uitgevoerd en rollen bij en invulling van mogelijke toekomstige opdrachten. Ook neemt hij rollen en opdrachten in acht die hij heeft uitgevoerd of zal uitvoeren bij dezelfde werkgever, dezelfde werknemer of dezelfde opdrachtgever.

  • Vanuit de gedragscode kan de arbeidsdeskundige zijn onafhankelijkheid borgen via een professioneel statuut.

  • De arbeidsdeskundige voert bij knelpunten het Plan van aanpak knelpunten uit, zodat hij rolconflicten voorkomt of oplost, zoals is overeengekomen met de opdrachtgever bij de acceptatie van de opdracht. De arbeidsdeskundige rapporteert voldoende duidelijk over de vaststellingsmethode, het doel en de opdrachtomstandigheden, zodat de opdrachtgever een antwoord krijgt dat overeenkomt met de gewekte verwachtingen.

  • De rollen van de arbeidsdeskundigen stellen hoge eisen aan de verslaglegging, onderbouwing en verantwoording. De arbeidsdeskundige stelt daarom een zorgvuldige rapportage op, waaruit zijn advies is te herleiden. De indeling, opzet en onderwerpen van de rapportage voldoen aan de normen die aan een rapportage worden gesteld en die algemeen door arbeidsdeskundigen zijn aanvaard.

  • Een rapportage is volledig en zorgvuldig, maar dient daarnaast ook leesbaar en zo compact mogelijk te blijven. Daarbij houdt de arbeidsdeskundige rekening met de lezers van zijn rapportage, zoals de cliënt en opdrachtgevers.

  • De opdracht kan beperkt zijn tot het afleveren van een schriftelijke advies. Als de arbeidsdeskundige echter van mening is dat een schriftelijke rapportage niet automatisch tot begrip en een succesvol vervolg zal leiden, zal de arbeidsdeskundige daarnaast een persoonlijke toelichting aanbieden.

  • Als vooraf met de arbeidsdeskundige is afgesproken dat een persoonlijke toelichting van de rapportage onderdeel zal zijn van de opdracht, kan de arbeidsdeskundige in de rapportage toewerken naar deze toelichting en een eventuele vervolgopdracht. Tijdens dit gesprek kan de arbeidsdeskundige de opdracht als adviseur inclusief persoonlijke toelichting afronden.

  • Afhankelijk van hoe het gesprek zich ontwikkelt, kan er ook sprake zijn van een vervolgopdracht waarbij de arbeidsdeskundige de betrokkene(n) begeleidt om tot een besluit en plan van aanpak te komen over het vervolg. De arbeidsdeskundige bekijkt ook met welke communicatievorm(en) het oordeel tot de meeste acceptatie zal leiden.


1 

Handleiding omgaan met persoonsgegevens door arbeidsdeskundigen. Stichting Register Arbeidsdeskundigen & Nederlandse Vereniging van Arbeidsdeskundigen. Oktober 2014.