Certificatieregeling voor arbeidsdeskundigen

Op 1 juli 2015 is een nieuwe certificatieregeling voor arbeidsdeskundigen in gegaan. Een belangrijke mijlpaal voor de beroepsgroep, die tot stand kwam na zorgvuldige voorbereiding en uitvoerige raadpleging van de leden. Met deze regeling is er optimaal grip op certificering en krijgt de professionalisering van de beroepsgroep weer een boost. Voor deze regeling is een interpretatiedocument opgesteld, door onze beheerder NEN.

Toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen
Certificering is waardevol en belangrijk. Als arbeidsdeskundige toon je er mee aan dat je vakman of vakvrouw bent en dat vakmanschap ook onderhoudt. Die professionaliteit is eerst en vooral belangrijk om klanten goed te kunnen helpen. Daarnaast zorgt het voor onderscheidend vermogen. De titel arbeidsdeskundige is immers niet beschermd, certificering biedt opdrachtgevers en werkgevers houvast bij het kiezen van een goede arbeidsdeskundige. Zij halen een vertrouwde professional in huis, geborgd door certificering en de gedragscode. De NVvA staat voor professionaliteit en zal daarom het belang van certificering blijvend onder de aandacht brengen van werkgevers en opdrachtgevers. Als beroepsvereniging mogen we trots zijn op het resultaat.

Een certifcatieregeling die verdere professionaliteit mogelijk maakt, goed geborgd is en bovendien gebruiksvriendelijk dankzij het persoonlijke online certificeringsdossier dat beheerd kan worden via deze site. Een regeling kortom, met toegevoegde waarde voor iedere arbeidsdeskundige en potentiële werkgevers en opdrachtgevers.

Grip op certificering
Maar wat maakt nu dat er daadwerkelijk grip is op het certificeringsproces? Allereerst omdat de regeling door en voor de leden tot stand is gekomen. Na uitvoerige raadpleging, discussie- en vragenrondes is er breed draagvlak voor zowel de juridische structuur, het certificeringsschema, de ingangseisen en de eindtermen van de basisopleiding.
Een tweede reden hiervoor is de hernieuwde keuze voor ISO 17024, de wereldwijde standaard via welke de vakbekwaamheid van een persoon wordt vastgesteld en manieren om die te toetsen. De vernieuwde certificatieregeling is in de geest van de ISO/IEC 17024 opgesteld. In deze internationale norm voor persoonscertificering staan onpartijdigheid, onafhankelijkheid en reproduceerbaarheid centraal. Daardoor wint het certificatieproces aan transparantie en controleerbaarheid.
De derde garantie voor bewaking van de kwaliteit is de manier waarop de certificering ingericht is, namelijk volgens de trias politica (scheiding van machten). Concreet is er sprake van:

· een partij die de norm op stelt (de NVvA en stakeholders en door het college van belanghebbenden)

· de certificerende instelling voor de uitvoering (de certificerende instellingen)

· een rechtsprekende macht: de NEN (in de rol van beheerder) en de SRA voor wat betreft de gedragscode.

Hoewel ISO 17024 toestaat dat deze drie machten berusten bij één organisatie, heeft de NVvA ervoor gekozen om deze onder te brengen bij verschillende organisaties. Dit was één van de redenen om. een nieuwe certificatieregeling in het leven te roepen.

Grip op je eigen dossier
Elk lid van de NVvA kan online een persoonlijk certificeringsdossier bijhouden. Leden kunnen hun dossier openen door in te loggen met hun lidnummer en wachtwoord. In het dossier kan je je puntenopbouw inzien. Als je naar een ledenbijeenkomst bent geweest worden je punten automatisch in het dossier opgenomen. Een ander voordeel van het digitale dossier is, dat het online ingediend kan worden bij één van de certificerende instellingen als het volledig is. Een volledig dossier bevat voldoende punten en de vereiste documenten.

Grip op kwaliteit
NVva leden kunnen hun dossier digitaal ter certificatie aanbieden bij DNV GL en Hobéon SKO. Daarmee kunnen we meer kwaliteit van dienstverlening aan de leden garanderen. Leden hebben de keuze om eens in de vier jaar te wisselen van certificerende instelling.

Grip op gedrag
Verder is ook een belangrijke toevoeging dat certificatie onlosmakelijk verbonden is met de gedragscode. Dit betekent dat gecertificeerden zich conformeren aan de gedragscode en het tuchtrecht voor arbeidsdeskundigen.

Opleiders doen mee
Belangrijk is dat alle geaccrediteerde opleidingsinstituten enthousiast bijdragen aan de professionalisering van het vak. Bestuurslid Loes Bernaert daarover: "De opleiders hebben meegewerkt aan de totstandkoming en zich gecommitteerd aan CADO+, het nieuwe curriculum, en geven de opleiding tot arbeidsdeskundige vanaf 1 januari 2015 inhoud volgens de eintermen afgeleid van CADO+. Bovendien staan zij ook achter het centraal assessment, de uniforme afsluiting van de opleiding tot arbeidsdeskundige. Alle instituten vinden dit zinvol. Het assessment wordt ook weer vormgegeven in samenwerking met de opleidingsinstituten die voor de praktische uitwerking arbeidsdeskundigen afvaardigen. Alleen kandidaten die geslaagd zijn voor de toetsen van het opleidingsinstituut mogen deelnemen aan het eindassessment. Slagen ze voor het assessment, dan reikt het instituut waar de arbeidsdeskundige de opleiding volgde het diploma uit."