Cahier 25 – Volgend Sturen
Bijlage 5 Cases

1 John

BIJZONDERHEDEN

  • De (te) hoge verwachtingen van de juf c.q. werkbegeleidster bespreken.

  • Bij problemen die het traject belemmeren voor een interventie zorgen. Niet zelf de hulpvraag gaan invullen.

  • Ouders helpen de verandering te accepteren, zodat ze ruimte geven en John een keuze kan maken. Daar een afspraak over maken.

  • Een betaalde baan in plaats van een stage en een betrokken werkgever (in dit geval Stichting Gezel) die optreedt bij problemen zoals onterecht verzuim.

  • Betrokkenheid blijven tonen en niet loslaten, ook niet als tijdelijk een ander traject wordt gevolgd. ‘We willen jou wel, maar niet je gedrag.’

Achtergrond

John kwam terecht op het VSO omdat het niet lukte om achtereenvolgens de havo en het vmbo af te ronden. Dit had te maken met een aandachtstoornis. Aangezien John later graag met kinderen wilde werken, wees zijn begeleider hem op Stichting Gezel.

Bijzonderheden traject

John kwam regelmatig zonder bericht niet opdagen. Het was lang onduidelijk waarom hij dat deed. Later bleek dat hij een gokverslaving had.

Hoe is het proces verlopen?

De school stond in een vertrouwde omgeving. De juf c.q. werkbegeleidster vond John geknipt voor het werk en zag al snel een onderwijsassistent in hem. Deze hoge verwachting vormde voor beiden een valkuil. John dacht: ‘Ik kan het allemaal wel’. De jobcoach moest de juf afremmen.

Het leren en werken ging goed. Maar John kwam vaak zonder bericht niet opdagen. De jobcoach en coördinator van Stichting Gezel hebben hierover veel met John, zijn praktijkbegeleidster en zijn ouders gesproken. Lang was onduidelijk wat er aan de hand was. Uiteindelijk bleek dat John een gokverslaving had en vriendschappen ‘kocht’. Zodra hij zijn salaris kreeg, verscheen hij niet meer op zijn werk.

John had veel krediet bij de praktijkbegeleidster, maar uiteindelijk dreigde ze toch af te haken. Er was een interventie nodig. De coördinator gelastte in zijn rol als werkgever een loonmaatregel door opschorting van het salaris op grond van onrechtmatig verzuim. Met de ouders werd een geleid escalatieplan besproken. Daarmee werd John als probleemeigenaar bestempeld en in de zelfregierol gepositioneerd. Moeder zou John een brief schrijven waarin ze haar wanhoop uitsprak. John had twee opties: zo doorgaan en zijn moeder en het traject bij Stichting Gezel kwijtraken of in behandeling gaan. Op deze manier werd ruimte gecreëerd om een keuze te maken en te veranderen. De brief van zijn moeder opende John de ogen. Hij koos voor een behandeling bij Yes We Can Clinics1. Met de school werden afspraken gemaakt over een mogelijke terugkeer onder voorwaarden. Daarmee werden verwachtingen expliciet gemaakt. De jobcoach bleef John steunen tijdens de behandeling.

Tijdens de behandeling had John regelmatig een verzuimgesprek met de coördinator in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). De gesprekken waren gericht op terugkeer naar de eerdere werkplek en mogelijk alternatieve scenario’s. Ook spraken ze over het verbeteren van zijn conditie en dagritme. Volgens afspraak maakte John van zijn inspanningen op dit gebied selfies. Om zijn ‘willen en kunnen’ te laten zien, deelde John de selfies via WhatsApp met de coördinator. De loonsanctie werd uiteindelijk weer opgeheven.

Door al het verzuim liep John te veel achter om binnen het traject nog een mbo-2-diploma te kunnen halen. Met de opleider werden driehoeksgesprekken gevoerd met als doel: behalen van minimaal het entreediploma. Uitgangspunten bij deze gesprekken waren het ‘niet loslaten’ en de alternatieve scenario’s.

Wat is het resultaat?

Het resultaat is een wereld van verschil. John heeft geleerd van de interventie en hij weet waar hij nog aan moet werken. De vertraging die hij had opgelopen in het traject, heeft hij ingehaald. Hij heeft nu een mbo-1-diploma. In september 2020 is hij begonnen met de opleiding mbo-3 Begeleider Specifieke Doelgroepen.

Hoe kijkt John terug op het traject?

Het werk van zorgassistent vond John leuk, de opleiding wat minder omdat de lessen onder zijn niveau waren. Gelukkig hoefde hij maar één dag in de week naar de opleiding. John heeft de afgelopen twee jaar vooral geleerd om afspraken na te komen, op school aanwezig te zijn en open en eerlijk te zijn. Dit waren zaken waar hij moeite mee had. Hij heeft wat dit betreft veel gehad aan de gesprekken met de jobcoach. John kon altijd op hem terugvallen.

John is blij met de opstap die Stichting Gezel hem heeft geboden. Hij had minimaal een mbo-1-diploma nodig om verder te kunnen leren. Dankzij goede cijfers kan hij doorstromen naar een mbo-3-opleiding. Hij wil ook nog mbo-4 doen en dan gaan werken in de jeugdzorg.

Hoe kijkt de moeder van John terug op het traject?

In eerste instantie had moeder twijfels over het traject bij Stichting Gezel. Ze was namelijk bang dat het lesniveau voor John te laag zou zijn. Dit bleek inderdaad het geval. John vond het regelmatig niet nodig om naar de les te gaan. Maar de jobcoach en coördinator zeiden: ‘Met alleen hard roepen dat je het kan, kom je er niet. Om te kunnen doorstromen naar een hoger niveau moet je het toch echt laten zien en dat diploma halen.’ Toen John dat doorkreeg, stelde hij zich er ook meer voor open.

De betrokkenheid van zowel de jobcoach als de coördinator van Stichting Gezel was volgens moeder belangrijk voor John. Zij gaven hem het gevoel dat ze hem gingen helpen om iets van zijn studie en leven te maken. Daardoor kon hij een switch maken van ‘Het lukt toch niet naar ik ga het weer proberen’.

Het was goed dat de lijntjes kort waren. Als John zich ziekmeldde omdat hij geen zin had om naar zijn werk te gaan, kwam hij daar niet zomaar mee weg. Moeder zat er ook bovenop, maar John nam niet alles van haar aan. De coördinator van Stichting Gezel zei op een gegeven moment dat ze zich moest terugtrekken. John moest bewijzen dat hij het zelf kon. Dit was voor haar een eyeopener.

Omdat een interventie nodig was, zou John geen salaris meer krijgen. Ook de ouders mochten hem niets toestoppen. Moeder vond dit moeilijk omdat ze bang was dat John andere wegen zou zoeken om aan geld te komen. De coördinator van Stichting Gezel voelde dit goed aan en bood haar ondersteuning. Daardoor durfde ze het los te laten. Het was ook fijn dat hij haar op de hoogte hield van de vorderingen.

2 Sandra

BIJZONDERHEDEN

  • Een kans geven en niet afgaan op de lage verwachtingen van de praktijkschool.

  • De hoge verwachtingen die Sandra van zichzelf heeft ombuigen in reële afspraken door het stellen van vragen zonder oordeel. Op die manier ruimte creëren voor groei.

  • Indirect versterken van het steunsysteem.

  • Niet loslaten, ook niet als tijdelijk een ander traject nodig is (ziekenhuisopname).

  • Opleiden op maat met veel individuele opdrachten.

Achtergrond

Sandra is afkomstig van een praktijkschool. Haar omgeving dacht dat ze geen mbo-2-opleiding kon volgen. Sandra werd via het project ‘Van School naar werk’ van Senzer aangemeld bij Stichting Gezel, omdat ze gemotiveerd was om met kinderen te werken.

Bijzonderheden traject

Sandra is pienter en kan haar mening goed verwoorden, maar ze eist veel van zichzelf. De begeleiding was het eerste jaar gericht op het vinden van een goede balans tussen alles wat ze wilde doen en voldoende rustmomenten. In het tweede jaar werd Sandra ernstig ziek, waardoor ze een achterstand opliep.

Hoe is het proces verlopen?

Sandra liep in het eerste jaar vast omdat ze haar week volpropte met studeren, sporten, werken, haar vriend, etc. Ze stond elke dag om zes uur op om aan alle verwachtingen te kunnen voldoen: die van haarzelf én haar omgeving. Volgens de jobcoach speelde mogelijk mee dat ze haar omgeving wilde bewijzen dat ze echt wel meer kon dan ze dachten. Maar er waren te veel prikkels en ze had geen tijd meer voor zichzelf. De jobcoach maakte het probleem zichtbaar door Sandra in een schema te laten zetten hoe haar week eruitzag. Door te vragen wat ze zou kunnen doen om een betere balans te krijgen, kwam ze zelf met voorstellen. Hierover maakte de jobcoach vervolgens afspraken met haar. Daardoor kon Sandra voldoende rustmomenten creëren en ontstond er ook meer ruimte om te groeien. In het begin vond Sandra het nog lastig om de afspraken na te komen. Ze kreeg ook te maken met tegenwerking vanuit haar omgeving. Na verloop van tijd veranderde dit in steun en lukte het wel.

Maar toen werd Sandra ernstig ziek. Ze bleek echter enorm veerkrachtig en haar doorzettingsvermogen was groot. De jobcoach bleef betrokken en kwam onder andere bij haar thuis om een bloemetje te brengen.

Wat is het resultaat?

Sandra heeft het mbo-2-diploma gehaald. Van een kwetsbaar meisje heeft ze zich ontwikkeld naar een jongvolwassene: zelfstandig en doelbewust. Ze heeft meer zelfvertrouwen gekregen en belangrijke werknemersvaardigheden opgedaan. Ook weet ze nu hoe ze moet plannen en de balans kan bewaren. Sandra doet inmiddels de mbo-4-opleiding Onderwijsassistent.

Hoe kijkt Sandra terug op het traject?

Sandra is nu 19 jaar. Ze had een leerachterstand omdat ze moeite had met de Nederlandse taal. Dit kwam doordat ze meertalig is opgegroeid. Sandra spreekt niet alleen Nederlands, maar ook Spaans en Portugees. In groep 3 bleef ze zitten en vervolgens werd ze steeds een niveau lager ingeschat. Ondanks het feit dat ze op de praktijkschool negens en tienen had, zeiden ze dat een mbo-opleiding te hoog gegrepen was. Sandra wilde echter graag doorleren en met kinderen werken. Ze was daarom heel blij met de mogelijkheid die Stichting Gezel haar bood. Sandra vond het traject ook heel leuk. Ze werkte in een groep met 39 kleuters en vond het fijn om met de juf de taken te verdelen. De kinderen zagen haar niet alleen als zorgassistent, maar ook als onderwijsassistent.

De jobcoach kwam één keer per maand langs op het werk. Met hem besprak ze hoe ze bepaalde zaken het beste kon aanpakken. In het begin had ze het erg druk met de combinatie werken en studeren, ook al was de lesstof makkelijk. Naast het gewone werk was er soms nog een ouderavond waar ze heen moest of waren er andere taken. Sandra vergat in alle hectiek wel eens wat. De jobcoach hielp haar met plannen.

Toen bleek dat ze een tumor had ent wee maanden in het ziekhuis moest liggen, dacht Sandra dat ze de opleiding niet zou halen. Het was precies in de examenperiode. Gelukkig kon Sandra het later inhalen en alsnog de examens doen. Ze deed in twee weken waar de andere studenten twee maanden over hadden gedaan.

Sandra heeft geleerd dat als ze iets heel graag wil, ze het ook kan. De opleiding mbo-4 Onderwijsassistent is leuk en sluit meer aan bij haar niveau.

Hoe kijkt de moeder van Sandra terug op het traject?

Moeder vindt dat Sandra het keigoed heeft gedaan. Sandra had problemen op de praktijkschool omdat ze wilde doorleren. Er werd gezegd dat ze het niet kon. Maar Sandra wilde het heel graag en was dolgelukkig toen ze bij Stichting Gezel kon beginnen. Moeder is tevreden over het traject omdat Sandra tevreden is. ‘Ik vond het wel zielig dat ze zo vroeg op moest en pas zo laat weer thuis was. Maar het was leuk om te zien hoeveel ze groeide. Ze is heel verantwoordelijk geworden. Ik ben trots op haar.’

Sandra heeft volgens haar moeder veel meegemaakt. Toen ze in het ziekenhuis lag, zei ze: ‘Ik mis mijn kinderen.’ Maar alles gaat nu weer goed en de tumor is weg. Sandra heeft echt doorgezet en Stichting Gezel heeft haar altijd gesteund, ook toen ze ziek was. Dat laatste was volgens de moeder heel fijn en ook nodig.

3 Wendy

BIJZONDERHEDEN

  • Ingrijpen als de leerwerkplek niet passend is en een betere plek zoeken.

  • Steeds nagaan hoe je toegang tot de ander krijgt zonder daar een oordeel over de ander in te stoppen.

  • De zorgassistent laten doen wat ze kan en positief gedrag ruimschoots benoemen. Samen zoeken naar de ruimte voor een volgende stap.

  • Een opleiding op maat en goede begeleiding van de groepsdynamiek in de les (mbo-2-opleiding).

Achtergrond

Wendy is afkomstig van het VSO. Door opeenvolgende depressies kon ze niet goed meekomen in het reguliere onderwijs.

Bijzonderheden traject

Wendy had een rustige start nodig en de nodige begeleiding om werknemers-vaardigheden op te kunnen doen. De school/werkbegeleider kon dit echter niet bieden. Door slaapproblemen was ze regelmatig niet op tijd op haar werk.

Hoe is het proces verlopen?

Wendy wilde graag rustig starten, maar ze moest gelijk in twee groepen meedraaien. Dat gaf haar veel prikkels. Er was geen klik met haar werkbegeleider. Wendy werd in de rol van ‘hulpje’ gedrukt die de vervelende karweitjes moest opknappen. Daardoor was er onvoldoende ruimte om te kunnen groeien. Wendy zei tegen de coördinator dat ze het gevoel had dat haar werkbegeleider haar niet voor ‘vol’ aanzag. Dit was voor haar een herhaling van eerdere faalervaringen en afwijzingen. De coördinator besprak dit met de werkbegeleider en het hoofd van de school. De werkbegeleider gaf aan dat er te weinig tijd was voor begeleidingsgesprekken. Het hoofd wilde de afspraken met Stichting Gezel wel handhaven, maar hij had geen invloed op het gedrag van de juf/werkbegeleider. Volgens hem kon de school daarom niet bieden wat Wendy nodig had.

Stichting Gezel ging daarom op zoek naar een andere school en dat is gelukt. Hier zaten het hoofd van de school en de juf c.q. werkbegeleider wel op één lijn. Ze deelden de visie van Stichting Gezel en wilden daar alle ruimte voor creëren. Wendy kon ook in één vaste klas werken. Ze kwam bij een fijne werkbegeleidster die haar de ruimte gaf om haar eigen proces te volgen. Als Wendy meer taken wilde doen, moest ze daarom vragen. Dit was voor Wendy een leerproces, evenals tijdig communiceren als ze niet (op tijd) kon komen. Dat laatste was lastig omdat Wendy lang moest reizen voordat ze op de school was én slaapproblemen had. Wendy had regelmatig voortgangsgesprekken met het hoofd van de school, de werkbegeleider en de jobcoach. Ze spraken onder andere af dat ze in plaats van om acht uur om tien uur mocht beginnen. Toen ging het beter. Ook de coördinator sprak veel met haar (in plaats van over haar) met als doel ruimte creëren voor het opdoen van nieuwe ervaringen.

Wendy groeide dankzij de steun en het vertrouwen dat ze kreeg op de goede weg te zijn. Op een gegeven moment vroeg Wendy uit zichzelf om extra taken. Ze stemde deze taken goed af op de opdrachten vanuit de opleiding en communiceerde erover met de werkbegeleider.

Wat is het resultaat?

Wendy heeft mbo-2 gehaald. Ze is een jongvolwassene geworden die beslissingen durft te nemen. Ze twijfelt niet meer over zichzelf en heeft met vallen en opstaan belangrijke werknemersvaardigheden geleerd. Ook heeft ze met ondersteuning een toekomstplan voor zichzelf gemaakt. Wendy gaat bij het ROC een test doen om te kunnen doorstromen naar mbo-4 Verpleegkundige GGZ. Hiermee kan ze in het voorjaar van 2021 starten. Ze wil op termijn als ervaringsdeskundige gaan werken met jongeren binnen de ggz.

Hoe kijkt Wendy terug op het traject?

Wendy is nu 20 jaar. Ze wist niet wat ze wilde doen toen ze klaar was met het VSO. Haar stagebegeleidster vertelde over Stichting Gezel. Het sprak Wendy aan om met kinderen te werken en daarom heeft ze zich aangemeld.

In het begin was ze heel zenuwachtig. Ze zat niet lekker in haar vel en was daardoor vaak ziek. Op de eerste school moest ze in twee klassen werken, maar dat was te veel voor haar. Daarom ging ze naar een andere school waar ze wel één vaste klas kreeg. Pas in het tweede trajectjaar ging Wendy ook echt elke dag naar haar werk. Op tijd komen was soms lastig. Wendy had namelijk last van slaapproblemen, en nog steeds. Daardoor is ze eigenlijk constant moe en verslaapt ze zich vaak. Ze is bij een slaapkliniek geweest en daar kreeg ze te horen dat ze soms haar ogen open had terwijl ze gewoon sliep. Ze heeft een ander slaapritme dan de meeste mensen en moet zeker tien uur per nacht slapen.

De opleiding verliep in het begin niet zo goed. Er zaten veel mensen in de groep die druk waren. Het ging beter toen er een andere docent kwam en een paar studenten afhaakten. Toen werd het een fijn clubje.

Wendy heeft vooral geleerd om dingen bespreekbaar te maken en te ervaren dat ze daardoor verder komt. Ze wilde bij Huize Padua de interne BBL-opleiding Verpleegkundige GGZ gaan doen, maar de lesgroep zat al vol. Daarom neemt ze nu een tussenjaar en gaat ze bij de GGD voor de Coronahulplijn werken.

Hoe kijkt de moeder van Wendy terug op het traject?

Het is een hobbelige weg geweest met een goed resultaat. Stichting Gezel heeft Wendy overal mee geholpen en zodanig gesteund dat ze het nu zelf kan. In het onderwijs werd ook maatwerk geleverd. Dat was veel beter voor Wendy. Al met al heeft Wendy waarschijnlijk het meeste gehad aan de gesprekken met de coördinator van Stichting Gezel. Wendy had een muur om zich heen gebouwd en zei niet wat haar dwars zat. De coördinator prikte erdoorheen en ging met veel geduld met haar aan de slag. Ze voelde zich daardoor begrepen en gesteund.

Wendy versliep ze zich vaak omdat ze slaapproblemen had en te laat op school kwam. Halverwege het traject had ze mede daardoor een terugval. Ze zag het niet meer zitten. Een reguliere werkgever had haar volgens moeder al lang ontslagen, maar Stichting Gezel deed dat niet.

Wendy heeft geknokt voor haar diploma. Ze heeft nu meer zelfvertrouwen. Ze is zelfstandig gaan wonen en regelt dingen nu zelf in plaats van dat ze het aan haar moeder vraagt. Dat ze uit haar schulp is gekropen, is volgens moeder nog het mooiste van alles.

4 Fanny

BIJZONDERHEDEN

  • Een kans geven en niet afgaan op de lage verwachtingen van de praktijkschool.

  • Zorgen voor een passende leerwerkplek. Ingrijpen als dit niet het geval is en een andere plek zoeken.

  • De zorgassistent laten doen wat ze kan en positief gedrag ruimschoots benoemen. Samen zoeken naar de ruimte voor een volgende stap.

  • Bij problemen die het traject belemmeren, ervoor zorgen dat er een interventie komt.

  • Het systeem helpen de verandering te accepteren.

  • Een opleiding op maat.

Achtergrond

Fanny is een timide, kwetsbaar meisje. Ze is afkomstig van het praktijkonderwijs waar ze herhaaldelijk gepest werd. Door de begeleiders van de praktijkschool werd ze getemperd in haar ambities. Fanny wilde heel graag doorleren en met kinderen of dieren werken.

Bijzonderheden traject

Tijdens het traject bij Stichting Gezel werd Fanny weer gepest door een medestudent van de opleiding. Op het werk werd ze zwaar belast. Fanny vond het moeilijk om aan te geven waar ze tegenaan liep.

Hoe is het proces verlopen?

Fanny voelde zich gestigmatiseerd door het geringe vertrouwen in haar kunnen van de praktijkschool en wilde het tegendeel bewijzen. Op school was het in eerste instantie lastig voor haar om onderdeel te worden van het team. Ze moest in twee groepen werken. De juffen lieten haar in de klas meehelpen en als de kinderen naar huis waren, moest Fanny nog een hele takenlijst afwerken. Daardoor was ze pas laat thuis, terwijl ze ‘s ochtends weer vroeg op moest. Al met al gaf het werken op school Fanny veel stress. Ze kon dat echter niet goed uiten. Na de nodige gesprekken met Fanny en de school werd besloten dat ze naar een andere vaste klas zou gaan. Daar had ze te maken met één juf c.q. werkbegeleidster die haar goed steunde. Toen ging het beter.

Twee meiden die Fanny in het praktijkonderwijs hadden gepest, gingen daarmee door. Eén van hen volgde ook het traject van Stichting Gezel. Het was volgens de regiocoördinator een complexe situatie omdat beide partijen zowel dader als slachtoffer waren (elk op een andere manier). Het pesten deed zich met name buiten de opleiding voor en bij beiden was het thuissysteem ook van invloed. Fanny moest een manier vinden om daarmee om te gaan en zich te weren. De jobcoach stimuleerde Fanny om steun te zoeken bij de docent van de opleiding en om met de pesters het gesprek aan te gaan. Ook leerde hij haar om er niet op in te gaan en niet samen met de pesters naar school te reizen. Leren aangeven waar Fanny tegenaan liep en het bevorderen van zelfregie waren onderdeel van het begeleidingsplan.

De coördinator was ook nauw betrokken. Hij voerde de nodige gesprekken met de jobcoach, de moeder en de docent van de opleiding. Uiteindelijk besloot de docent in overleg met de coördinator dat het beter was om de meiden uit elkaar te halen. Fanny moest daardoor de opleiding in haar eentje op een andere lesdag afmaken. Al met al was het een zwaar traject voor Fanny.

Wat is het resultaat?

Fanny heeft het mbo-2-diploma gehaald. Ze heeft geleerd dat dingen bespreekbaar maken effectief is en ze kan nu voor zichzelf opkomen. Ze is gegroeid in haar zelfbewustzijn en vertrouwen. Ook heeft ze bewezen dat ze veel meer kan dan de praktijkschool dacht. Fanny gaat de mbo-3-opleiding Dier en Gedrag volgen. Dit past bij haar aanvankelijke toekomstdroom en biedt een realistisch perspectief.

Hoe kijkt Fanny terug op het traject?

Fanny zat op de praktijkschool toen het aanbod van Stichting Gezel voorbijkwam. Ze wilde het graag proberen omdat ze anders waarschijnlijk geen kans had om door te leren. Het leukste onderdeel van het traject vond ze het werken met kinderen. Dat gaf haar een fijn gevoel. De opleiding was vooral het eerste jaar ook goed te doen. Fanny zat in een leuke klas. Het tweede jaar waren er wat strubbelingen omdat twee meiden, waar ze eerst mee bevriend was, probeerden haar het leven zuur te maken. Fanny sprak hierover met de jobcoach die haar tips gaf en stimuleerde om het zelf op te lossen. De docent van de opleiding heeft geholpen, evenals de coördinator. Uiteindelijk is geregeld dat Fanny de opleiding in een andere klas kon afmaken zodat ze niet meer met de pesters geconfronteerd werd.

Fanny is tevreden over het verloop van het traject. Ze is van mening dat ze gegroeid is. Ze heeft meer zelfvertrouwen gekregen en het gevoel dat ze mag zijn wie ze is. Dat komt vooral doordat ze heeft ervaren dat ze wél kan doorleren.

Hoe kijkt de moeder van Fanny terug op het traject?

Moeder kreeg kritiek van de praktijkschool omdat ze Fanny stimuleerde om door te leren. Ze zou Fanny een nederlaag aanpraten. Het traject bij Stichting Gezel heeft echter het tegendeel bewezen. Fanny moest wel meer moeite doen, maar ze heeft het toch maar mooi gehaald.

Het was wel een traject met hobbels. Met name het pesten heeft er volgens moeder in gehakt. ‘Die meiden maakten Fanny kapot.’ Moeder geeft aan dat ze vanuit haar beschermende rol naar Fanny zelf een rol had in de aanleiding voor het pesten. Het is een ingewikkeld verhaal. Volgens moeder was de ondersteuning vanuit de opleiding het eerste jaar heel goed, het tweede jaar echter niet. Ook vanuit Stichting Gezel had ze graag meer ondersteuning gehad. ‘Soms hebben ze niet de antwoorden die je wilt horen op dat moment.’ Ze vindt het ook jammer dat Fanny na het traject geen baan als zorgassistent kon vinden. Dat had ze namelijk het liefste gewild. Maar ze kon niet blijven bij de school waar ze een leerwerkplek had. Andere scholen in de buurt kenden de functie van zorgassistent niet.

Ondanks de hobbels is het een verhaal met een happy end. Fanny is volgens haar moeder ontzettend gegroeid. Vooral de complimenten die als ze zorgassistent kreeg van de kinderen en hun ouders, deden Fanny erg goed. Daardoor durfde ze meer zichzelf te zijn. Het traject was een goede basis voor de volgende stap.

1 

Yes We Can Clinics biedt een gezinsgerichte, zeer intensieve en kortdurende behandeling voor jongeren die volledig zijn vastgelopen en hun ouders.