Cahier 25 – Volgend Sturen
7.4 Duurzame groei kan alleen plaatsvinden als de omgeving meeverandert

Toelichting

De cliënten zijn onderdeel van een systeem en elke verandering is een bedreiging voor dat systeem. Het grote systeem, waaronder de opleiding en de instanties, wil het liefst dat iedereen hetzelfde is, want anders kan het systeem het niet aan. In het kleine systeem, het gezin, is de ouder bepalend. Het loslaten van de oorspronkelijke ouder-kindpositie is lastiger als het kind zich minder makkelijk in de maatschappij begeeft en als er sprake is van (multi-complexe) problematiek. Ouders blijven dan de leiding houden, waardoor de ontwikkeling van de jongvolwassene verder achter gaat lopen.

Vanuit het grote en kleine systeem is leidend sturen de standaard. Bij leidend sturen heb je vertrouwen in jezelf als ouder of deskundige. Bij volgend sturen moet je vertrouwen hebben in het vermogen van de ander om zelf keuzes te maken. Je kunt wel volgen hoe die keuzes uitpakken.

Een van de belangrijkste vaardigheden van de arbeidsdeskundige is dat je in staat moet zijn om alle betrokkenen te verbinden, zodat ze zich committeren aan de methodiek. Ouders moeten begrijpen dat ze eerst zelfstandigheid moeten geven voordat hun kind een keuze kan maken. Dat ze iets beter niet meer kunnen doen, is echter geen oordeel of afwijzing. Als het daardoor goed gaat, heeft de ouder het kind namelijk in staat gesteld om het zelf te doen. De ouder kan dit ook als een beloning zien. Dit is voor de ouder vaak een hele andere kijk op de zaak. Het meenemen van het – soms disfunctionele – gezinssysteem is ook nodig, omdat dit de cliënt kan helpen bij de transfer naar de toekomstige werkomgeving. De ondersteuning vanuit een project, de jobcoach en/of arbeidsdeskundige is immers tijdelijk.

Richting professionals kan meer metacommunicatie plaatsvinden over wat er in het proces gebeurt en waarom er niet resultaatgericht wordt gewerkt.

KADER 7.4 WERKINSTRUCTIES

  • Help het systeem de verandering te accepteren. Zorg ervoor dat alle betrokkenen zich committeren aan de methodiek. De neuzen moeten dezelfde kant op staan.

  • Houd bij de uitleg rekening met wat mensen aankunnen aan informatie. Daar komt ook de verwondering bij kijken.

  • Blijf weg van het oordeel, behalve bij zaken als misbruik en mishandeling.

  • Leg betrokkenen in het kleine systeem uit dat ze eerst ruimte moeten geven voordat de ander een keuze kan maken. En dat het ook aan de ouders te danken is als het proces vervolgens goed gaat.

  • Zorg bij de betrokken professionals voor metacommunicatie over wat er gebeurt in het proces. Leg uit dat de aanpak op het proces is gericht en niet op het resultaat.