Cahier 25 – Volgend Sturen
6 Effecten

Bij de effecten gaat het om gedragsveranderingen. De deelnemers gaan van een situatie waarin ze niet kunnen meedoen naar een situatie waarin ze wél kunnen meedoen, zowel in het dagelijks leven als op de arbeidsmarkt. We maken onderscheid in effecten op de korte en op de lange termijn. Daarnaast onderscheiden we indirecte effecten. De kortetermijneffecten treden al op voordat het traject is afgerond.

Effecten op de korte termijn

Driekwart van de deelnemers vertoont bij instroom afhankelijk gedrag van ouders en docenten. Rond de eerste examens ziet Stichting Gezel een omslag in hun denken en handelen: in de groep en als individu. Die omslag heeft veel te maken met een toename van hun zelfvertrouwen. Bij de één komt de eerste omslag al na twaalf maanden, bij de ander na vijftien maanden. Sommige jongeren hebben meer tijd nodig. Maar zo’n driekwart laat na vijftien tot achttien maanden een ‘positieve volwassenheid’ zien. Dit blijkt uit:

  • meer werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen en afspraken nakomen;

  • meer zelfinzicht: inzicht in eigen kunnen, behoeften en waarden;

  • meer zelfregie: eigen keuzes maken;

  • meer verantwoordelijkheid nemen: consequenties van eigen keuzes accepteren;

  • meer zelfvertrouwen: vertrouwen in eigen kunnen.

De afhankelijkheid van ouders neemt ook af. De jongeren gaan uit huis en op zichzelf wonen. Er gebeurt veel in hun leven en dat gaat op een rustige manier. Het is lastig om te bepalen wat de precieze bijdrage van Stichting Gezel hieraan is. Dat de deelnemers minder afhankelijk van hun ouders worden, hoort namelijk ook bij de leeftijd.

Effecten op de lange termijn

Het hogere doel is dat de doelgroep zich kan handhaven op de arbeidsmarkt. Hiervoor zijn transitionele kwaliteiten belangrijk: sollicitatievaardigheden, duidelijk kunnen maken waar je tegenaan loopt en de veerkracht hebben om een volgende stap te zetten. Het gaat dus niet zozeer om een duurzame werkplek bij die ene werkgever, maar om duurzaam aan het werk blijven op de arbeidsmarkt.

Indirecte effecten werkgevers

Een indirect effect is een verandering in het perspectief van betrokken schoolleiders en werkbegeleiders. Zij zien de zorgassistent groeien; ze leveren een bijdrage aan het daadwerkelijk ontlasten van de juf/meester. Daardoor worden ze enthousiast en willen ze de zorgassistent graag in dienst nemen. De praktijk is echter weerbarstig. Veel scholen hebben onvoldoende financiële mogelijkheden om dit ook daadwerkelijk te doen.