Cahier 25 – Volgend Sturen
4.2 Voorlichten en groepsintake

Toelichting

Met een informatiebijeenkomst en een groepsintake wordt ruimte gecreëerd om toegelaten te worden tot het traject. De informatiebijeenkomst en groepsintake vinden kort na elkaar plaats. Tijdens de informatiebijeenkomst zitten de kandidaten vooraan, andere personen zitten daarachter. Dit is een letterlijke herpositionering van kandidaten ten opzichte van de personen die zijn meegekomen (ouders, partner, vrienden, begeleiders, docenten VSO/PRO, etc.). Het uitgangspunt is namelijk dat de kandidaten het belangrijkste zijn: hun waarden, beleving en vertrouwen. Er wordt hen iets aangereikt waar ze voor kunnen kiezen. Ze hoeven zich niet te verantwoorden.

Tijdens de groepsintake zijn alleen de kandidaten aanwezig. Ze gaan met elkaar in gesprek. De procesbegeleider houdt het gesprek gaande en observeert op basis van de indicaties om toegelaten te worden. Observeren is belangrijk omdat de indicaties niet meetbaar zijn. Er is geen norm opgesteld (met uitzondering van een VOG). Voor het project Zorgassistent-in-de-klas zijn de indicaties:

  • Voldoende gemotiveerd om met kinderen1 in een groep te werken.

  • Voldoende de Nederlandse taal spreken.

  • Voldoende sociaal zijn.

  • Voldoende coachbaar/leerbaar zijn.

Waarom een groepsintake? In een veilige groep ‘solliciteren’ leidt tot ander gedrag. Kandidaten geven minder snel sociaal wenselijke antwoorden, zijn minder zenuwachtig en tonen zichzelf meer. Ze zitten tussen toekomstige collega’s. Ze vertellen elkaar waarom ze dit werk willen doen. Poeha-figuren vallen door de mand en bescheiden mensen komen beter uit de verf. Dankzij de groepsintake worden kandidaten aangenomen die bij een individuele sollicitatie geen kans zouden krijgen.

Na de groepsintake gaan de coördinatoren bij elkaar zitten om per kandidaat de observaties te bespreken. Zij zijn alert op de eigen waarden, normen en verwachtingen en proberen de observaties zo veel mogelijk te objectiveren. In principe kan iedereen instromen, tenzij iemand op waarneembaar gedrag absoluut niet in het traject past. Hier geldt: bij twijfel doen!

KADER 4.2 WERKINSTRUCTIES

Informatiebijeenkomst

  • Zet degenen om wie het gaat vooraan en de ouders en andere geïnteresseerden daarachter. Hiermee geef je aan dat het om de kandidaten gaat.

  • Benadruk dat je uitgaat van wat kandidaten zelf aangeven dat ze kunnen en willen en niet van wat hun omgeving zegt.

  • Schets het kader van de opleiding en het werk en doe aan verwachtingen management. Het is geen stage, maar een echte baan met een arbeidscontract en salaris.

  • Gebruik geen superlatieven en vage woorden (eigenlijk, eventueel). Dan hoeven kandidaten niet te kiezen wat de bedoeling is.

  • Benoem wat belangrijk is om toegelaten te worden. Geef ook aan dat het geen harde selectiecriteria zijn, maar indicaties.

Groepsintake

  • Maak groepjes van vier of vijf kandidaten (er zijn geen andere personen bij).

  • Schets opnieuw het kader van de opleiding en het werk en doe nogmaals aan verwachtingenmanagement. Het gaat om de kracht van de herhaling.

  • Zorg ervoor dat het veilig is door duidelijk te zijn en gelijkwaardig te communiceren (zie ook paragraaf 7.3).

  • Vraag de kandidaten wat ze ervan vinden en laat ze hierover praten. Om het gesprek gaande te houden, kun je vragen stellen, zoals ‘Waarom lijkt het je leuk?’ en ‘Wat zou je doen als een kindje valt?2

  • Let op het gedrag van de kandidaten in relatie tot de indicaties om toegelaten te worden. Hoe reageren ze op de informatie? Hoe gedragen ze zich ten opzichte van elkaar? Hebben ze een reëel beeld van het traject?

Selectie

  • Bespreek je observaties met de andere coördinatoren. Probeer eigen normen, waarden en verwachtingen te scheiden van het feitelijk waargenomen gedrag.

  • Noteer per kandidaat bijzonderheden waar misschien in de toekomst op gecoached moet worden.

  • Bij een afwijzing: leg in een gesprek uit waarom de kandidaat niet door de selectie is gekomen.

  • Biedt ondersteuning bij mogelijke belemmeringen voor instroom. Zorg er bijvoorbeeld bij een slecht gebit voor dat de kandidaat naar de tandarts kan (fundraising).

1 

Afhankelijk van de opleiding en werkcontext kunnen dat bijvoorbeeld ook ouderen zijn

2 

Of als de werkcontext een verpleeghuis is: ‘Wat zou je doen als een bewoner koffie morst?’