Cahier 25 – Volgend Sturen
2 Doelgroep, probleemanalyse en missie

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelgroep van het project Zorgassistent-in-de-klas. We bespreken de belemmeringen die ervoor zorgen dat deze doelgroep moeilijk aan het werk komt en de missie van Stichting Gezel die hieruit voortkomt.

Doelgroep

De doelgroep van Stichting Gezel heeft geen label. In de praktijk betreft het veelal schoolverlaters PRO en VSO die onder de banenafspraak vallen, waaronder ZMLK en cluster-4-jongeren. Via de gangbare wegen kunnen zij hun competenties niet goed ontwikkelen. Ook jongeren met een crimineel verleden1 of jongeren die het niet lukt om hun baan te behouden, kunnen in principe instromen.

Belemmeringen

Wat maakt dat het voor deze jongeren lastig is om zich verder te ontwikkelen en een plek te vinden op de arbeidsmarkt? Ten eerste veroorzaakt een aantal belemmeringen in hun omgeving dit (instanties, werkgevers, ouders). Daarnaast hebben de jongeren zelf kenmerken die een speciale aanpak noodzakelijk maken.

Hieronder gaan we in op een aantal veel voorkomende belemmeringen. Het overzicht is gebaseerd op inbreng van de leden van de werkgroep en de ervaringen van Stichting Gezel. Tijdens de stakeholdersbijeenkomst kwam naar voren dat de factoren herkenbaar zijn. Dit betekent overigens niet dat deze belemmeringen zich altijd voordoen. Er zijn in de praktijk grote verschillen tussen de manier van werken en de benadering van instanties, professionals, werkgevers en ouders/familie. In het algemeen geldt echter dat mensen uit de doelgroep vaak benaderd worden vanuit bepaalde verwachtingen waar ze niet aan kunnen voldoen of vanuit een negatieve verwachting. Dat iemand geen mbo-2-niveau kan halen is bijvoorbeeld een negatieve verwachting.

Instanties

  • VSO/PRO-scholen begeleiden leerlingen naar een veilige toekomst en willen hen voor teleurstellingen behoeden. Het potentieel van de leerlingen kan echter groter zijn dan verwacht.

  • De diagnose die iemand krijgt, kan vooroordelen met zich meebrengen en leiden tot een beschermende houding van zorgprofessionals (pamperen).

  • Door normen van instanties, zoals de overheid, UWV en gemeenten, nemen kansen af. Dit speelt bijvoorbeeld bij 16-jarigen die nog aan de leerplicht moeten voldoen maar niet meekomen in het reguliere systeem.

  • Het leersysteem van het ROC kan botsen met het leervermogen van leerlingen.

Werkgevers

In de praktijk maken de jongeren weinig kans op een baan omdat veel werkgevers:

  • Onbekend zijn met de doelgroep en ‘onbekend maakt onbemind’.

  • Onvoldoende de economische waarde van deze doelgroep zien.

  • Bang zijn dat overheidsregelingen om werkgevers te compenseren weer worden afgeschaft. Dit is eerder gebeurd bij de ID-banen en WIW-banen.

  • Denken dat ze geen ontwikkelingsmogelijkheden kunnen bieden.

  • Liever geen externe begeleiders op de werkplek ontvangen.

  • Liever een goedkope stagiair inzetten dan een zorgassistent waarvoor ze een salaris moeten betalen.

Werkgevers die openstaan voor de doelgroep kennen vaak iemand in hun directe omgeving en/of hebben positieve ervaringen met een werknemer uit de doelgroep.

Ouders, directe omgeving

De directe omgeving kan de ontwikkeling van de jongere belemmeren. Daarbij kan het gaan om wonen in een sociaal zwakke buurt, stressvolle omstandigheden zoals psychiatrische problematiek, schulden, verslaving of geweld, ouders die zelf ongeschoold en langdurig werkloos zijn, etc.

Kenmerken doelgroep

Elke jongere in het project is anders. Vaak is er wel sprake van één of meer van de onderstaande belemmeringen:

  • geen sociaal netwerk, gebrek aan steun;

  • gering aanpassingsvermogen;

  • makkelijk te beïnvloeden;

  • onvoldoende werknemersvaardigheden;

  • onvoldoende zicht op eigen mogelijkheden;

  • gebrek aan zelfvertrouwen;

  • cognitieve beperking;

  • gebrek aan motivatie.

Missie

Gezien de bovenstaande belemmeringen is het de missie van Stichting Gezel om de transitionele kwaliteiten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te verbeteren. De doelgroep kan zich dan beter handhaven op de arbeidsmarkt. Bij transitionele kwaliteiten gaat het om zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid nemen, zelfregie, zelfinzicht en werknemersvaardigheden.

1 

Zij krijgen vaak wel een VOG, behalve als er sprake was van crimineel gedrag bij kinderen.