Cahier 25 – Volgend Sturen
Voorwoord

In 2013 maken de sociale partners en de overheid in een sociaal akkoord afspraken om meer mensen met een arbeidsbeperking aan een reguliere baan te helpen. Deze afspraak moet 125.000 banen realiseren. Ook moet de afspraak garanderen dat de afbouw van de sociale werkvoorziening (WSW) niet leidt tot minder kansen op werk voor mensen die aangepast werk en/of extra werkbegeleiding nodig hebben. Inmiddels weten we wat er van deze afspraak terecht gekomen is. Er zijn veel minder banen beschikbaar gekomen dan de doelstelling was én is.

Toch zijn er ook initiatieven tot stand gekomen die wel degelijk succesvol zijn voor zowel werkgevers als (toekomstige) werknemers. Het project ‘Zorgassistent-in-de-klas’ van Stichting Gezel is zo’n initiatief. Het belang van deze aanpak ligt in het creëren van een duurzaam perspectief voor zowel de deelnemer met een indicatie ‘arbeidsbeperking’ als de werkgever (de school). Dat daarmee een jarenlange afhankelijkheid van een uitkering ook nog kan worden voorkomen, is maatschappelijke winst.

Met de toepassing van een arbeidsdeskundige strategie gericht op de begeleiding van een persoonlijk ontwikkelingsproces wordt een traject uitgestippeld waarbij de belangen en mogelijkheden van alle betrokkenen in iedere stap worden getoetst. Het gaat daarbij niet alleen om het leren van vaardigheden en maatwerkbegeleiding door en voor de werkgever, maar ook om steun in de thuissituatie. Belangrijk uitgangspunt van deze ‘leer-werkbaan’ is dat vanuit een tijdelijk dienstverband toegewerkt wordt naar een diploma op mbo-niveau en mogelijk een vast contract.

Deze manier van werken toont aan dat het heel goed mogelijk is om jonge mensen met een arbeidsbeperking een beroepsperspectief aan te reiken en uiteindelijk de afstand tot een baan voor hen enorm te verkleinen. Het leert werkgevers ook hoe ze begeleiding moeten organiseren en hoe ze profijt kunnen hebben van een goede en op haar taak aanspreekbare ‘zorg-assistent in de klas’ en op school.

Door de aanpak van Stichting Gezel methodisch te beschrijven en daarmee toegankelijk te maken voor anderen – zoals gemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en scholen – kunnen ook op andere werkplekken met inzet van arbeidsdeskundigen succesvolle ‘matches’ worden gerealiseerd voor jonge mensen voor wie aangepast werk en een startkwalificatie voorwaarden zijn om te kunnen participeren op de arbeidsmarkt.

Het AKC dankt iedereen die aan deze publicatie heeft meegewerkt en hoopt dat de kennis en ervaring inspireert tot nieuwe initiatieven.

Hans Spigt

Voorzitter AKC

Marianne Holleman

Directeur AKC