Verkenning van het proces van ontwikkeling, implementatie en toetsing van generieke kwaliteitsindicatoren voor professioneel handelen

Doel
Het leren van bestaande praktijken van nader te bepalen andere beroepsgroepen om generieke kwaliteitsindicatoren op te stellen, deze te implementeren en te toetsen.
Daarbij wordt expliciet naar de relatie van generieke kwaliteitsindicatoren met effectief handelen binnen organisatie doelen gekeken.

Context
Werkwijzen van een organisatie zijn een combinatie van handelings- en prestatie indicatoren in een strategisch kader. Waarbij het strategisch kader een reeks van te voren opgestelde organisatiedoelen is. De verkozen werkwijze van een professional is idealiter onderbouwd vanuit een delicate balans tussen:
- wetenschappelijke bronnen (bewijs),
- goede praktijken, consensus benadering,
- ervaring en opinies van deskundigen,
- sociale en ethische overwegingen,
- de body of knowledge van de betrokken professionele beroepsgroep in het werkproces (de regels, richtlijnen, leidraden van de beroepsgroepen).

De beoogde winst van de generieke kwaliteitsindicatoren is in ieder geval het bevorderen van transparant handelen, stimuleren van eenduidigheid in handelen van professionals (verlagen van intervariabiliteit), optimaal betrekken van groeiende stroom van evidentie (literatuur) en het funderen van het professioneel handelen (wetenschappelijk, praktijk-theoretisch) en het verminderen van herstelacties (beroepszaken, klachten).

Achtergrond
Bij het ontwikkelen van standaarden, beroepsnormen of kwaliteitsindicatoren zijn globaal twee cycli van belang: de Evidence circle en de Practice circle.

De cycli zijn complementair.
Evidence, belang of bewijs, wordt gezien als het product van het verzamelen van relevante informatie, beschrijven- recenseren (review) en beoordelen van de beschikbare informatie en vormt de basis voor het vaststellen. Onder de beschikbare informatie worden onder meer de lopende onderzoeken van het AKC gerekend.
Evidence is van praktische én theoretische aard en is de start van de praktijktoets.
Evaluatie en beoordeling van de in de praktijk getoetste kennis en wetenschappelijke evidentie leidt tot het vaststellen van een reeks handelingsaanwijzingen of richtlijnen (kwaliteitshandboek). Een praktijktoets richt zich eveneens op de implementatie van de uitkomsten. Overdracht is een belangrijke doelstelling van dit proces.

Resultaat
Het uiteindelijke doel is een overzicht van het proces waarlangs, nader te bepalen andere beroepsgroepen hun generieke kwaliteitsindicatoren op stellen, deze implementeren en toetsen. Bij de toetsvormen wordt in ieder geval gekeken naar Interne Audit , Audit en Visitatie. Expliciet wordt de relatie van generieke kwaliteitsindicatoren met effectief handelen binnen organisatie doelen bekeken.